Mantelzorg: vooruitgang in het verlof, een mager vangnet in de werkloosheid

Wat verandert er door de wet van 22 maart 2026?

Steeds meer werknemers en werkzoekenden combineren hun werk of zoektocht naar een job met de zorg voor een ouder, een ziek familielid of een kwetsbare naaste. Mantelzorg is onmisbaar, maar zwaar en de bestaande regels schoten op verschillende punten tekort. Met de wet van 22 maart 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 april 2026, pakt de wetgever twee dossiers tegelijk aan: het thematisch verlof voor mantelzorgers en de werkloosheidsreglementering voor wie zorgt en geen werk heeft. Het eerste luik is een duidelijke verbetering, bij het tweede zijn de nodige kanttekeningen te maken.

Mantelzorgverlof: een verlofvorm met groeipijnen

Het mantelzorgverlof bestaat sinds 2020 als thematisch verlof. Het laat werknemers toe hun arbeidsprestaties te onderbreken of te verminderen om hulp en bijstand te bieden aan een derde, niet noodzakelijk een familielid, die door leeftijd, gezondheid of een handicap kwetsbaar is en in een afhankelijkheidssituatie verkeert. Wie er gebruik van wil maken moet eerst door een ziekenfonds erkend worden als mantelzorger, op basis van een verklaring op eer. In de praktijk bleek het verlof echter te beperkt in tijd en te streng in zijn voorwaarden. De nieuwe wet pakt verschillende van die knelpunten aan. De wijzigingen zijn van toepassing op aanvragen die ingaan vanaf 1 juli 2026; lopende dossiers en aanvragen voor die datum die bij de werkgever zijn ingediend blijven onder de oude regels vallen.

Langer verlof, meer ademruimte

De opnameduur per zorgbehoevende wordt verdubbeld. Wie vandaag voltijds mantelzorgverlof opneemt kan dat maximaal drie maanden doen, vanaf 1 juli 2026 wordt dat zes maanden. Ook de deeltijdse formules schuiven mee op: een halftijdse onderbreking kan voortaan twaalf maanden duren, en wie zijn prestaties met een vijfde vermindert kan dat tot dertig maanden doen. Combinaties van die formules blijven mogelijk.

Tegelijk worden de minimumperiodes versoepeld. Tot nu toe gold een minimum van 1 maand voltijds en 2 maanden deeltijds. Voortaan volstaat 1 week voltijds verlof mits akkoord van de werkgever, anders blijft het bij 1 maand. Bij een halftijdse opname is dat 1 maand mits akkoord, of anders 2. Voor een vijfde onderbreking geldt steeds een minimum van twee maanden. Die kortere drempels maken het mogelijk om snel in te springen na een ziekenhuisopname of bij een acute terugval, zonder meteen een langlopend verlof te moeten plannen.

Erkenning: langer geldig, soepeler bij opname

Wie als mantelzorger erkend wordt behoudt die hoedanigheid voortaan 2 jaar in plaats van 1. Ook de verlenging kan voor twee jaar gebeuren, wat een welgekomen administratieve vereenvoudiging is voor zorgsituaties die nu eenmaal zelden van korte duur zijn.

Een tweede verfijning betreft het einde van de erkenning bij een verblijf in een residentiële instelling. Onder de oude regels werd de erkenning automatisch beëindigd zodra de zorgbehoevende langer dan negentig opeenvolgende dagen daar verbleef. Voortaan gebeurt dat alleen nog bij een voltijds verblijf van die duur. Verblijft de zorgbehoevende slechts deeltijds in een instelling (minstens 1 dag per week of dertig dagen per jaar thuis), dan blijft de erkenning behouden, ongeacht de duur. Een logische aanpassing: ook wie zijn vader in een dagcentrum laat verzorgen, neemt thuis een zware zorgtaak op.

En in de werkloosheid? Een vangnet vol gaten

Het tweede luik van de wet is al sinds 31 december 2025 van kracht en moet voorkomen dat mantelzorgers zonder job helemaal door de mazen van het net vallen. De concrete aanleiding is dat door de hervorming van de werkloosheid een grote groep mantelzorgers dreigden uitgesloten te worden. Wie tientallen uren per week zorg verleent, vaak met onregelmatige uren en plotse noodsituaties, kan dat moeilijk combineren met een betaalde job. Zonder ingreep verloren zij hun uitkering.

Concreet wordt een vierde categorie mantelzorgers ingevoerd, naast de bestaande categorieën (palliatieve zorg, zorg voor een zwaar ziek gezins- of familielid tot de tweede graad, en zorg voor een kind met een handicap jonger dan 21 jaar). Voortaan kan ook wie door het ziekenfonds erkend is als mantelzorger onder de regeling vallen, op voorwaarde dat een attest van de mutualiteit kan worden voorgelegd. Daarmee komen ook zorgsituaties in aanmerking die buiten de eerste drie categorieën vielen.

De uitkering wordt opgetrokken van 15,01€ naar 29,27€ per dag (van 390,26 tot 761,02€ per maand). De duur bedraagt minimum drie en maximum twaalf maanden, verlengbaar tot maximaal 48 maanden over de loopbaan. Voor wie reeds een uitkering ontvangt geldt een overgangsmaatregel: tot 31 mei 2026 kan men vragen om tijdelijk niet uitgesloten te worden, voor vrijstellings- of verlengingsaanvragen die ingaan tussen 31 december 2025 en 31 maart 2026.

Een ontoereikende en tijdelijke oplossing

De verdubbeling van dit bedrag lijkt op het eerste gezicht een grote sprong. In werkelijkheid komt 29,27€ per dag overeen met de laagste werkloosheidsuitkering in ons stelsel: die van een samenwonende in de laatste uitkeringsperiode. De Arizona-regering motiveert dat met het argument dat wie vrijgesteld is van de arbeidsmarkt niet meer kan ontvangen dan het minimum in de werkloosheid. Daar valt het een en ander op af te dingen, want mantelzorgers leveren in feite een arbeidsprestatie. Wordt er voor diezelfde zorg een beroep gedaan op professionele hulpverleners, dan kost dat de samenleving veel meer. Bovendien houdt het bedrag geen rekening met de gezinssituatie, waardoor het in het bijzonder alleenstaande moeders raakt en geen echte bescherming tegen armoede biedt.

Daarnaast ligt de toegangsdrempel hoog. Wie van de regeling gebruik wil maken moet binnen de dertig dagen via het ziekenfonds laten vaststellen dat de geholpen persoon zwaar zorgbehoevend is en dat bovendien de zorg minstens een derde van een voltijdse betreft. Ook de duur is beperkt: maximaal twaalf maanden, terwijl het verlies aan zelfredzaamheid in heel wat situaties blijvend en soms zelfs onomkeerbaar is.

De Arizona-regering koos dus voor een admintratief omslachtige oplossing, in plaats van het recht op werkloosheid voor mantelzorgers te behouden in afwachting van een volwaardig mantelzorgstatuut. Wat hier voorligt is dus geen eindpunt maar een flinterdun vangnet. Een echt statuut met een fatsoenlijk inkomen en een realistische duur blijft voor ons dan ook hoog op de agenda.

Wat te onthouden?

Het luik mantelzorgverlof betekent een stap vooruit: langer verlof, soepelere minimumperiodes, een erkenning die twee jaar geldt en een redelijke regeling bij residentiële opname. In de werkloosheid ligt het verhaal anders. Daar gaat het niet om een echte sociale verbetering, maar om een minimaal vangnet dat moet beletten dat mantelzorgers helemaal in de kou komen te staan door de hervorming. Een volwaardig statuut blijft dus nodig.

Heb je in tussentijd vragen over je situatie, een lopende aanvraag of een nieuwe aanvraag na 1 juli 2026? Neem dan contact op met je gewestelijke ACOD-afdeling, we helpen je graag verder!

Bart Servaes, Gert Vlasselaer

Pin It on Pinterest