“Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.” (Organieke OCMW-wet 8 juli 1976). Het OCMW heeft de opdracht om deze dienstverlening te verzekeren. Deze opdracht staat vandaag zwaar onder druk.
Torenhoge werkdruk
Een veelvoud van belemmeringen maken de taak van maatschappelijk werkers moeilijk:
- Een te hoge dossierlast die door de opeenvolgende crisissen nog is toegenomen (bankencrisis, vluchtelingencrisis, coronapandemie, oorlog in Oekraïne, extreem weer met overstromingen, energiecrisis, …)
- Een te hoge administratieve last.
- Beiden gecombineerd zorgen ervoor dat er geen tijd is voor kwalitatieve hulpverlening.
- Instrumenten zoals het GPMI worden een doel op zich in plaats van een middel.
- De job wordt uitgehold en zielloos. De flow van de procedures bepalen het traject, niet de behoefte van de cliënt/klant.
Regeringsmaatregelen drijven de werkdruk op
Onder de vorige regering boekte ons land eindelijk een vooruitgang om uitkeringen en vervangingsinkomens boven de armoedegrens te tillen (zie Sociaal-economische Barometer 2024). De Arizona-regering maakt dit volledig ongedaan.
Een hele resem van maatregelen zal de armoede en precariteit in de samenleving doen toenemen. Onder het mom van ‘werken moet lonen’ wordt gesnoeid in vervangingsinkomens en sociale voordelen. De welvaartsenveloppe om uitkeringen op peil te houden, verdwijnt. De pensioenmaatregelen maken de opbouw van een menswaardig pensioen extra moeilijk. De werkloosheidsuitkering en het overlevingspensioen worden beperkt in tijd. De regering verwacht zelf een rechtstreekse doorstroom van werklozen naar het OCMW.
Veranderende jobinhoud
Bij de oprichting van de OCMW’s in 1976 kwam het recht op een menswaardig bestaan in de plaats van de liefdadigheid van de Commissie van Openbare Onderstand. Sociaal werk kreeg een emancipatorische missie. Het ging niet enkel meer om overleven, maar om een menswaardig leven en volwaardige deelname aan de samenleving.
Vandaag zetten we een stap terug. Het politiek beleid wordt gevoed door een elitair mensbeeld. “Wie in armoede leeft, heeft het in de eerste plaats aan zichzelf te danken”, is wat sommige beleidsmakers hardop denken. Maatschappelijke problemen pak je daarom aan met dwang in plaats van met empathie. Mensen worden gewezen op hun individuele verantwoordelijkheid terwijl de maatschappelijke verantwoordelijkheid wordt ontkend. Of zoals Margaret Thatcher het in 1987 verwoordde : “There is no such thing as society. There are individual men and women and there are families.” (“Er bestaat niet zoiets als de samenleving. Er zijn alleen individuele mannen en vrouwen en er zijn families.”)
Maatschappelijk werkers zijn hulpverleners en sociaal bewogen mensen. Zij kiezen voor de job omdat ze mensen vooruit willen helpen. Ze geloven dat hun werk bijdraagt aan een betere samenleving. De gewijzigde visie in het beleid geeft hen echter een andere rol, gestoeld op wantrouwen en dwang.
Psychosociale en emotionele belasting
De torenhoge werkdruk gecombineerd met de repressieve en controlerende rol zorgt voor frustratie en stress. Maar ook de emotionele belasting neemt toe. Het OCMW is het laatste vangnet voor de meest kwetsbaren. De hulp wordt echter meer en meer voorwaardelijk. Hoe kan je dat als hulpverlener rijmen?
Er is een tekort aan kinderopvang, aan sociale woningen, aan daklozenopvang, aan psychische hulp. De individuele hulpvrager wordt hierop wel afgerekend. De ‘slechte-nieuws-gesprekken’ die maatschappelijk werkers voeren gaan vandaag over zeer fundamentele aspecten van leven. Dat maakt de job ook emotioneel zwaar.
Minder vertrouwen, meer agressie
Het regeerakkoord voorziet een doorgedreven gegevensuitwisseling tussen OCMW, RIZIV, VDAB en vraagt via de Nationale Bank zelfs inzage in alle eigendommen en bankrekeningen. Wat voor de allerrijksten een taboe is, wordt voor de armsten gerealiseerd.
Op allerlei vlakken staat de vertrouwelijke relatie tussen hulpverlener en cliënt/klant onder druk. Wat met het beroepsgeheim?
Het harde beleid en het wantrouwen zijn een voedingsbodem voor meer agressie tegenover personeel van het OCMW. Alleen al in Antwerpen waren er het voorbije jaren meer dan 700 agressie meldingen.
Averechts effect
In het regeerakkoord staat het bol van verplichtingen en sancties. Mensen hun inkomen ontnemen zou hen aanzetten om harder naar werk te zoeken en extra motiveren om vooruit te geraken in het leven. Niets is minder waar. Mensen met geldzorgen hebben een verengde focus en zijn heel erg bezig met overleven. Omgekeerd, als geldzorgen verdwijnen, komt er meer ruimte in hoofd en hart. Dan boeken mensen vooruitgang ook in andere domeinen van hun leven. Dat toont onderzoek aan.
Het uitgestippelde beleid miskent dit en zal niets oplossen.
De financiële toekomst van de OCMW’s
In een open brief (14/9/2023) trokken de OCMW-voorzitters van de 5 centrumsteden Antwerpen, Brussel, Charleroi, Gent en Luik al eerder aan de alarmbel omwille van de stijgende dossierlast en de onderfinanciering van de OCMW’s. Die dossierlast gaat verder stijgen.
De federale regering beweert enerzijds middelen te voorzien voor de verwachte verschuiving van werkloosheid naar OCMW. Anderzijds is er sprake van een bonus-malus voor OCMW’s. Lokale besturen zullen uit eigen middelen moeten blijven bijdragen. Niemand twijfelt daar aan.
Dat brengt ons bij een andere bezorgdheid. De Vlaamse regering vraagt om federaal mogelijk te maken dat “gemeenten en OCMW’s ook op het niveau van de rechtspersonen kunnen fuseren” (Vlaams Regeerakkoord p.205 ). Verdwijnt dan ook de aparte financiering van de OCMW’s? Welke keuzes gaan politici maken? Komen OCMW-middelen dan in concurrentie met electoraal lonende projecten zoals bijvoorbeeld een zwembad bouwen?
Welke samenleving willen wij?
ACOD LRB behartigt als vakbond de belangen van het personeel van de OCMW’s. De torenhoge werkdruk, de uitholling van de jobinhoud, de toenemende agressie, … zijn allemaal grote bezorgdheden. Maar de opdracht van de OCMW’s en van de maatschappelijk werkers gaat over veel meer. Zij moeten garant staan voor een warme samenleving die mechanismen van ongelijkheid en (kans)armoede bestrijdt.
De regering(en) mogen hen niet medeplichtig maken aan een beleid van groeiende armoede en uitsluiting.
ACOD LRB houdt ook vast aan de diplomavereisten en bescherming van het beroep van maatschappelijk assistent. Herstel de sociale inhoud van de job en zorg voor een opwaardering van het beroep in plaats van het verder uit te hollen.
Onze grondrechten
Tot slot willen we teruggrijpen naar het fundament. OCMW’s en maatschappelijk werkers zijn de bewakers van onze Grondrechten. Het is daarom goed om Art.23 van de Belgische Grondwet te herlezen:
Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen.
Die rechten omvatten inzonderheid :
- het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;
- het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;
- het recht op een behoorlijke huisvesting;
- het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;
- het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing;
- het recht op gezinsbijslagen.
ACOD LRB zal samen met de maatschappelijk werkers en alle personeel van het OCMW de beleidsvoerders eraan herinneren dat dit onze missie is én blijft!


