30 jaar welzijn op het werk

De Belgische Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van werk, kortom de Welzijnswet, viert/vierde in augustus 2026 haar 30-jarig jubileum. Deze wet betekende een kantelpunt van enkel veiligheid naar een integrale aanpak van welzijn op het werk, verankerd in de moderne Codex. Gezondheid, veiligheid en welzijn werden centraal geplaatst binnen de organisaties.

BEPERKTE VISIE OP VEILIGHEID

In 1996 werd de wet welzijn op het werk gepubliceerd. Dit betekende een omwenteling in de wijze waarop werk werd benaderd. Op heden vormt de wet een gemeenschappelijke basis voor de ontwikkeling van een preventiecultuur in alle sectoren. Doorheen 30 jaar is de wet blijven evolueren om een betere aansluiting te vinden bij de veranderingen in de arbeidswereld zoals digitalisering, telewerk en economische en sociale transities, en bij de realiteit op het werkveld.

Oorspronkelijk was deze dus ontworpen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te verbeteren. Voor de invoering van de Welzijnswet lag de nadruk vooral op de arbeidsveiligheid door het vermijden van ongevallen, technische voorschriften en de machineveiligheid. Psychosociale risico’s, ergonomie, werkdruk, stress, burn-out, pesten of geweld op het werk waren nauwelijks verankerd in een wet. Preventie werd vaak gezien als een verplicht nummer, niet als een strategisch onderdeel van de organisatie.

INTRODUCTIE WELZIJNSWET

De Welzijnswet van augustus 1996 introduceerde een revolutionair concept namelijk welzijn op het werk als een geheel van 7 domeinen. Arbeidsveiligheid, arbeidsgezondheid, arbeidshygiëne, psychosociale aspecten, arbeidsergonomie, verfraaiing van de werkplaatsen en milieu op het werk. De belangrijkste vernieuwingen waren de interne en externe diensten voor preventie en bescherming op het werk (IDPBW en EDPBW), de risicoanalyses, de hiërarchie van de preventiemaatregelen, de verplichting tot een dynamisch risicobeheersingssysteem (DRBS) en de versterking van het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk. De wet maakte duidelijk dat welzijn op het werk niet enkel een technische kwestie is maar een gedeelde verantwoordelijkheid van de werkgever, de werknemer en de preventiediensten.

CODEX

In 2017 werd de Codex Welzijn op het Werk  geherstructureerd. De Codex bundelt alle uitvoeringsbesluiten van de Welzijnswet en vertaalt de principes van de wet naar concrete verplichtingen. Voorbeelden zijn het opstellen van een globaal preventieplan (GPP) en een jaarlijks actieplan (JAP), specifieke regelgeving rond beeldschermwerk, chemische agentia, ergonomie, brandpreventie, arbeidsmiddelen… . Ook de procedures voor het informeren, opleiden en de betrokkenheid van de werknemers werd erin omschreven, de bevoegdheden van de preventieadviseurs en de vertrouwenspersonen werden erin vastgelegd. De Codex evolueert constant. Denk maar aan de bepalingen rond telewerk, musculoskeletale aandoeningen (MSA)… .

1996 – VANDAAG

De impact van de Welzijnswet is duidelijk zichtbaar en kunnen we opdelen in 3 evoluties. Werkgevers zijn verplicht om risico’s vooraf te analyseren en preventief ernaar te handelen. Statistieken van arbeidsongevallen tonen een duidelijke daling van ernstige arbeidsongevallen in vele sectoren. Dit is het gevolg van de overstap van een reactief beleid naar een proactief beleid.

Sinds de wetswijziging in 2014 is er een sterkere focus op stress en burn-out. Ook de werkdruk en de werkorganisatie, en pesten en grensoverschrijdend gedrag, kortom psychosociaal welzijn is vandaag 1 van de belangrijkste thema’s in HR- en preventiebeleid.

Door de digitalisering en de flexibilisering ontstaan er nieuwe risico’s die een voortdurende aanpassing vragen van de Codex en de Welzijnswet. Denk maar aan telewerk en hybride werkvormen, digitale belasting, enz.

Plan-Do-Check-Act

Zoals de PDCA-cirkel in Welzijn (Plan-Do-Check-Act) is de Welzijnswet zelf een blijvende motor voor verandering. Dertig jaar na de invoering blijft de Welzijnswet een van de meest vooruitstrevende kaders in heel Europa. Het welzijnsdenken werd enorm verbreed. De uitdagingen van vandaag (mentale gezondheid, digitalisering, werkdruk) tonen aan dat welzijn op het werk actueler is dan ooit.

VAKORGANISATIE

De vakorganisaties spelen reeds sinds de invoering van de Welzijnswet een sleutelrol in het welzijnsbeleid. Zij vertegenwoordigen de werknemers in het CPBW waar het preventiebeleid wordt besproken en opgevolgd en waken over de correcte toepassing van de Welzijnswet en de Codex. Nieuwe risico’s en noden vanuit de werkvloer worden door de vakorganisaties gesignaleerd. Zonder de actieve betrokkenheid van de vakorganisaties zou het welzijnsbeleid op vele werkplekken minder ambitieus, minder gedragen en minder effectief zijn. Denk eraan, het welzijnsdomein verfraaiing van de werkplaatsen is een welzijnsdomein op uitdrukkelijke vraag van de vakorganisaties. Samen sterk, ook voor het welzijn op het werk.

Kristof Dupon, Gert Vlasselaer

202506 safetyfirst canva 1

Pin It on Pinterest