foto Pixabay

Actueel
Lettertypes/grootte

In gemeenschappelijk vakbondsfront (ACV-OD, VSOA LRB en ACOD LRB) maken we ons grote zorgen over de toekomst van de Vlaamse publieke welzijnsinstellingen nu er in het Vlaams parlement plannen voorliggen om zonder enig maatschappelijk debat belangrijke structurele wijzigingen door te voeren die leiden tot een verdere privatisering en commercialisering van zorg.Op het einde van dit bericht, vind je een link om deze open brief mee te onderschrijven.

Onze publieke welzijnsinstellingen hebben de opdracht ieder van ons toegang te geven tot betaalbare en kwaliteitsvolle zorg. Gezondheidszorg is immers een basisrecht. Maar wij maken ons grote zorgen over de toekomst van de Vlaamse publieke welzijnsinstellingen nu er in het Vlaams parlement plannen voorliggen om zonder enig maatschappelijk debat belangrijke structurele wijzigingen door te voeren die leiden tot een verdere privatisering en commercialisering van zorg.

Concreet ligt binnenkort in het Vlaams parlement een vergaand voorstel van wijziging van decreet over het lokaal bestuur ter stemming voor waardoor publieke welzijnsverenigingen zelf een vzw of een vennootschap kunnen oprichten of er deelgenoot van kunnen worden. En dit met de mogelijkheid tot overdracht en terbeschikkingstelling van personeel en overdracht van erkenningen, subsidies en infrastructuur.

Het voorstel van decreetswijziging werd door enkele parlementsleden van de meerderheid op 25 november 2020 in plenaire zitting ingediend met verzoek tot spoedbehandeling. Opmerkelijk is dat bij aanvang van de plenaire vergadering het voorstel zelfs nog niet beschikbaar was en de parlementsleden er dus geen kennis van hadden. Pas in de loop van de zitting kregen de parlementsleden het voorstel in handen. Het verzoek om spoedbehandeling van dergelijke bijzondere complexe problematiek werd door de indieners gemotiveerd als een dringende maatregel die in het kader van de coronacrisis moest worden genomen. Nooit eerder gezien. Of hoe de coronacrisis zelfs aangewend wordt om het personeel uit de zorg voor schut te zetten.

Uiteindelijk kon toch één derde van de parlementsleden bekomen dat er een advies van de Raad van State werd gevraagd.

Maar de Raad van State beschouwde de vraag om spoedadvies niet ontvankelijk waardoor het Vlaams parlement genoodzaakt was de normale termijnen te respecteren.

Het voorstel zal nu zeer binnenkort opnieuw ter stemming in plenaire zitting worden voorgelegd, zonder dat hieraan een grondig debat in de bevoegde commissie werd gevoerd.

Volgens de indieners komt dit voorstel tegemoet aan een vraag vanuit de lokale besturen en welzijnsverenigingen, quod non. Zij zouden zich efficiënter en performanter willen organiseren, zodat ze de enorme uitdagingen van de vergrijzing kunnen aangaan. Daarbij wenst men niet te raken aan de lokale financiën maar concurrentieel te blijven in de sector waar steeds meer private en commerciële spelers winst genereren op de kap van de zorgvrager.

Het voorstel lijkt een richting in te gaan waarbij commercialisering van de zorg wordt toegelaten of gestimuleerd in een publieke setting. De indieners laten het na te onderbouwen waarom een beweging naar commerciële bedrijven de zorg efficiënter en performanter zou maken.

De stap naar een volledig geprivatiseerd zorglandschap is dan vlug gezet.
De besturen maken gebruik van bovenstaande principes om op korte termijn het gat in hun begroting te dichten en niet meer te moeten investeren in de zorg.
Door te privatiseren krijgen de besturen toegang tot de vetpotten van de fiscale en parafiscale aftrekposten en voordelen waarvan de publieke sector normaliter uitgesloten is (zoals de vermindering van de werkgeversbijdrage via de taxshift).

In de argumentatie wordt niet verwezen naar kwalitatieve en betaalbare zorg, enkel naar “kosten” en efficiëntie. En ook op dat vlak moeten we ons vragen stellen. Onderzoek en ervaring wijzen eerder het tegenovergestelde uit. Met regelmaat komt er kritiek op de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg van grote commerciële groepen, zoals de hoge dagprijs, de drie-euro-maaltijden, het besparen op pampers en niet in het minst op personeel. Kritische stemmen die we horen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië maar nog meer uit landen waar de commercialisering van zorg al langer schering en inslag is. In Nederland, gidsland ter zake, maken ze zich net grote zorgen over de vermarkting van het overheidsbeleid.

Internationale ngo’s, zoals Project for Government Oversight, Corporate Watch en Human Rights Watch wijzen erop dat kwaliteitscontrole bij commercialisering absoluut noodzakelijk is. Te vaak blijken de geleverde diensten ondermaats. In het Verenigd Koninkrijk moest de staat zelfs in 2018 het beheer van de gevangenis van Birmingham tijdelijk afnemen van private speler G4S vanwege wantoestanden. Ernstig wanbeheer resulteerde er in vechtpartijen, massaal druggebruik en ongeziene onhygiënische omstandigheden.

De voormalige topman van de Belgische Spoorwegen, Jo Cornu, wees reeds in 2013 op een ander groot gevaar in de vermarkting van overheidstaken, met name de privatisering van de winsten en de socialisering van de verliezen.Het houdt in dat er zich enkel voor rendabele lijnen kandidaat-uitbaters zullen aanbieden -zoals bij de woonzorgcentra het vastgoed -terwijl de overheid dan de verlieslatende lijnen voor haar rekening moet nemen.
Ten aanzien van de welzijnssector zijn deze uitspattingen van de private markt nog pijnlijker. Denken we maar aan het faillissement van het woonzorgcentrum Annemoon in Strombeek (2019), waarbij de bewoners het woonzorgcentrum binnen de week moesten verlaten. Of, nog schrijnender, het verhaal van de Bulgaarse vrouwen in de ouderenzorg. Voor ongeveer 400 euro per maand mogen ze inwonen bij hulpbehoevende bejaarden en hen 7 dagen op 7, 24 uren per dag verzorgen. Een mooi staaltje van sociale dumping. De kostprijs voor de bejaarden is 2.500 euro per maand. De werking van de markt laat zich hier van zijn donkerste kant zien.
Er rijzen heel veel vragen over de transparantie van de geldstromen bij commerciële zorgaanbieders. Grote spelers - zeker in het zorgvastgoed - kunnen mooie rendementen voorleggen aan hun aandeelhouders. Het is geld dat wegvloeit naar aandeelhouders en niet opnieuw geïnvesteerd wordt in zorg. Het is moeilijk te begrijpen dat er zelfs winsten kunnen worden gemaakt op de beperkte middelen die er zijn om de ouderenzorg te organiseren.

Als overheid geef je de teugels uit handen wanneer je van zorg een markt maakt mét grote concentraties van privaat eigendom en economische beslissingsmacht. Logisch dat dan enkel winst centraal staat. We doen er beter aan te investeren in sterke zorginstellingen die we in publieke eigendom houden. Met een uitgebreid openbaar zorgaanbod kunnen (lokale) overheden invloed uitoefenen op de dagprijzen in functie van betaalbaarheid en toegankelijkheid. Zo kunnen we als samenleving de toon zetten voor de hele zorgsector.

De coronapandemie heeft ons eens te meer geleerd dat in de ouderenzorg de grondrechten weer centraal moeten staan. Dat gaat over het recht op een menswaardig leven, het recht op gezondheid en het verbod op discriminatie. Ouderen hebben het recht om een waardig en zelfstandig leven te leiden en aan het maatschappelijk en cultureel leven deel te nemen. Publieke diensten garanderen automatisch die grondrechten.

We zijn ervan overtuigd dat we in plaats van privatisering en commercialisering van de zorg net de omgekeerde beweging moeten maken en opkomen voor sterke openbare voorzieningen die kwalitatieve, betaalbare en voor iedereen toegankelijke zorg centraal zetten, los van het marktmechanisme. “De logica van de markt is immers niet gericht op het algemeen belang, voorziet niet in medebeheer door de bevolking, en is niet gericht op solidariteit. Je hebt dus een kritische hoeveelheid staat nodig om die drie zaken te beschermen.” stelt professor Luc Huyse.

Openbare woonzorgcentra hebben ontegensprekelijk een belangrijke plaats in ons zorglandschap. Het is dan ook geen goed idee om personeel, gebouwen, subsidies over te dragen aan private verenigingen en vennootschappen met winstoogmerk. Openbare voorzieningen garanderen de continuïteit van dienstverlening, wat de markt niet kan. Meermaals zijn woonzorgcentra failliet gegaan met grote onzekerheid en gevolgen voor de bewoners. De curatoren komen dan aankloppen bij het OCMW en de gemeente die dan maar moeten zorgen voor onderdak en de zorg voor de bewoners.

Openbare woonzorgcentra en bij uitbreiding alle openbare zorg- en welzijnsvoorzieningen moeten verder deel uitmaken van ons sociaal weefsel. Publieke diensten zijn gericht op solidariteit en dat kan je niet verwachten van private spelers die werken op het ritme van de aandeelhoudersvergaderingen.

Wij vragen de Vlaamse regering en het Vlaams parlement om de plannen tot uitverkoop van de publieke welzijnsverenigingen te stoppen en plaats te maken voor een grondig sociaal en maatschappelijk debat.

 

ACV-OD: Jan Mortier - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. – 0475 39 69 55
ACOD: Willy Van Den Berge - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  - 0473 97 00 60
VSOA: Christel Demerlier - Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. – 0473 83 70 80

Klik hier om de brief mee te ondertekenen.